MVO

Bekend zijn de drie P’s van People, Planet & Profit waarbij Profit ook regelmatig wordt vervangen door het woord Prosperity. Daarnaast wordt er ook veelvuldig gesproken over maatschappelijk betrokken ondernemen en worden de inspanningen om CO2-emissies te reduceren en duurzaam inkopen ook onder de bredere scope van MVO geplakt.

Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) neemt een bedrijf de verantwoordelijkheid voor de effecten van de bedrijfsactiviteiten op mens, milieu en bedrijfsvoering. Het bedrijf maakt bewuste keuzes om een balans te bereiken tussen People, Planet en Profit. Bedrijven kunnen zelfs nog een stapje verder gaan en zich richten op nieuwe marktkansen, groei en innovatie met winst voor mens, maatschappij en milieu. Nu en in de toekomst.

MVO is de standaard voor ondernemen in de 21ste eeuw. Uitgangspunten zijn hierbij:

  • MVO is een integrale visie op ondernemerschap, waarbij het bedrijf waarde creëert op economisch (Profit), ecologisch (Planet) en sociaal (People) gebied.
  • MVO is verankerd in alle bedrijfsprocessen.
  • Bij iedere bedrijfsbeslissing wordt een afweging gemaakt tussen verschillende stakeholderbelangen: de belangen van betrokken personen, bedrijven en organisaties.
  • MVO is maatwerk. Voor iedere onderneming zien de MVO-activiteiten er anders uit. Dit hangt af van bedrijfsgrootte, sector, cultuur van de onderneming en bedrijfsstrategie.
  • MVO is een proces en geen eindbestemming. De doelen die worden nagestreefd veranderen in de tijd en met elke bedrijfsbeslissing. Er wordt door de onderneming gezocht naar haalbare stappen om de maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven.

Er is ook een norm ontwikkeld, de ISO 26000-norm. Deze wordt niet gezien als toetsingskader maar als richtlijn. Er ligt een zevental principes ten grondslag aan het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (deze principes staan ook in hoofdstuk 4 van de ISO 26000-norm):

  1. Verantwoordelijkheid / Aanspreekbaarheid
  2. Transparantie
  3. Ethisch handelen
  4. Respecteren van de belangen van belanghebbenden
  5. Respecteren van wet- en regelgeving
  6. Respecteren van internationale gebruiken en handelswijzen
  7. Respecteren van mensenrechten.

Op onderstaande afbeelding ziet u een schematische weergave van een aantal hoofdstukken van de ISO 26000-norm.

Om toch aan aantoonbaarheid te voldoen, ondanks de ISO 26000 niet als toetsingskader wordt gezien, zijn er een aantal initiatieven. De onderstaande drie initiatieven zijn wellicht het bekendst:

1. MVO- Prestatieladder – De MVO-Prestatieladder biedt een toetsingskader waarbij gekeken wordt naar het managementsysteem waarin MVO is geborgd. Hierbij is naast de ISO 26000 norm ook input gebruikt uit richtlijnen als de AA1000 en het Global Report Initiative. Ook de prestatieladder kent een aantal kernthema’s:

  • Behoorlijk bestuur
  • Arbeidsomstandigheden
  • Mensenrechten
  • Eerlijk zaken doen
  • Consumentenaangelegenheden
  • Milieu, grondstoffen, energie en emissies
  • Betrokkenheid bij en ontwikkeling van de gemeenschap (samenleving).

Het systeem kent een vijftal niveaus ofwel traptreden. Het eerste niveau is een instapniveau. Een organisatie verklaart dat zij MVO willen invoeren en heeft inmiddels een aantal concrete stappen gezet. Er hoeft in deze fase nog niet voldaan te worden aan alle eisen.

Vervolgens kan de organisatie in jaarlijkse stappen de prestaties verbeteren, het systeem optimaliseren de prestatieladder bestijgen. Hierbij geldt dat het derde niveau gezien wordt als een niveau dat voor alle organisaties in een sector haalbaar is.  Bij niveau 4 doe je het dus beter dan het gemiddelde. Niveau 5 is helaas voor veel kleinere organisaties praktisch onhaalbaar.

2. MVO- Wijzer – Dit systeem begint met het doen van een positiebepaling waarbij een aantal analogieën met het INK-model zijn te herkennen. Hierbij wordt onderzoek gedaan bij willekeurig geselecteerde medewerkers en leidinggevenden die een vragenlijst invullen die vervolgens door de certificerende instelling wordt uitgewerkt.

Na deze eerste fase is het mogelijk dat de certificerende instelling een tweede fase onderzoek doet dat uiteindelijk kan resulteren in een certificaat.

Hierbij worden diverse criteria gebruikt die onder te verdelen zijn in de volgende rubrieken:

  1. Gedragscode (interne eisen)
  2. Wet- en regelgeving (externe eisen)
  3. Goed bestuur
  4. Personeelsbeleid
  5. Klantenbeleid
  6. Omgevingsbeleid
  7. ketenbeleid
  8. Milieubeleid
  9. Communicatie.

Dit systeem kan gecombineerd met normen als ISO 9001 / ISO 14001 getoetst kan worden en zo als integraal systeem worden beoordeeld.

3. Zelfverklaring – Het is van belang bij de zelfverklaring dat kwalitatief goed onderbouwd wordt en dat er partijen zijn die dit beoordelen en vertrouwen. Het Nederlands Normalisatie Instituut heeft hier een richtlijn voor uitgegeven.

Hierbij worden, onderbouwd, een aantal vragen beantwoord. Op deze wijze kan men extern rekenschap afgeven.